In de maritieme sector gelden andere voorwaarden voor brandbescherming. De zogenoemde FTP-Code wordt regelmatig aangepast aan de technologische ontwikkelingen. En dat is wel zo veilig.
De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) is onderdeel van de Verenigde Naties en zorgt wereldwijd voor regels die de veiligheid op zee verbeteren. Denk aan brandveiligheid, bescherming van het milieu en beveiliging van schepen. Nederland en zo’n 170 andere landen zijn hierbij aangesloten.
Na de ramp met de Titanic in 1912 ontstond het SOLAS-verdrag, dat nog steeds de basis vormt voor veiligheidsregels op zee. Eén belangrijk onderdeel daarvan is brandveiligheid aan boord. In hoofdstuk II-2 van SOLAS staan de eisen voor branddetectie, blusinstallaties en hoe schepen gebouwd moeten zijn om branden te voorkomen of te beheersen.
Sinds 2012 gelden er specifieke brandveiligheidseisen voor gordijnen en meubelstoffen op schepen. Die staan in de FTP-Code 2010: een set testregels voor hoe stoffen zich gedragen bij brand. Gordijnen vallen onder deel 7, meubelstoffen onder deel 8. Een stof moet dus echt apart getest en goedgekeurd zijn voor het beoogde gebruik.
Alleen erkende testinstituten mogen deze tests uitvoeren. Je herkent ze aan een stuurwielsymbool met een keuringsnummer eronder. Zo weet je zeker dat de stof veilig is!